Home Lie f desverdriet.info



Wat te doen? De kunst van het ongewild afscheid nemen - een handleiding

De kunst van het ongewild afscheid nemen

afscheid nemen



















Sinds acht jaar help ik dagelijks mensen met ernstig liefdesverdriet om uit de
put te komen. Wat ik ontdekt heb is, dat de kern van hun probleem is dat zij
terugschrikken voor de angstaanjagende confrontatie met de noodzaak om, als
het onontkoombaar geworden is, zélf afscheid te nemen. Van hun hevig
vermiste ex.
Hoe kunnen gedumpte mensen toch de kunst van het ongewenste afscheid
meester worden? Een handleiding voor het doorlopen van de drie nodige
fasen.


Al lang geleden had Henk (33) hun woning verlaten en Patricia (28) bleef
in pijn achter. Hij zou terug komen. Of toch niet?
Toen ik Patricia leerde kennen had voor haar de tijd stil gestaan, sinds
Henks vertrek, anderhalf jaar terug. In e-mails, voice-mailberichten en
brieven bleef ze hem vragen wanneer ze weer konden praten, hoe zij haar
fouten goed kon maken. “Ik houd van je”, verzekerde ze hem in sm-jes, die
zij afsloot met drie kruisjes.
Ze durfde het me eerst niet bekennen, maar het werd al snel duidelijk dat
zij hem met haar holle ogen digitaal stalkte, via Facebook, Twitter, MSN. Ze
wist van zijn nieuwe werk en ook namen en gezichten van zijn nieuwe
vrienden spookten door haar hoofd. Dat niet ophield rond de magische
gestalte van Henk te tollen..
Hij had afscheid van haar genomen, maar zij niet van hem.
“Ik heb zo’n spijt dat ik zo kritisch tegen hem geweest ben. Ik heb er alles voor
over hem weer terug te krijgen. Zeg je me alsjeblieft hoe ik dat kan?”

Het wonderlijke is dat iemand als Patricia een ander altijd heel goed kan
informeren over de feiten. Maar zelf kan zij er geen conclusies uit trekken.
Had zij hem iets misdaan wat voor hem reden voor de breuk was geweest?
Dat liet hij in het midden. Ze waren volgens hem “uit elkaar gegroeid” en hij
had behoefte aan meer vrijheid. Hij antwoordde haar een enkele keer. “Ik
weet het niet”, of: “ik houd ook van jou, maar ik moet tot mijzelf komen”.
- Kun je daaruit dan niet afleiden dat hij bij je weg gegaan is omdat hij op
een ander verliefd is, maar jou aan het lijntje wil houden? vraag ik.
Dat schokt haar. Hoewel ik natuurlijk niet de eerste ben die dat onder haar
aandacht brengt. Nee, wuift haar vermagerde hand mijn suggestie weg.
“Want hij heeft gezegd dat hij geen ander heeft en hij is altijd eerlijk.”
Kwaad is ze niet. Maar wel heeft zij een zakdoek nodig.
- Heeft zij dan echt nog hoop dat hij, na zo langdurige afwezigheid, weer
terugkomt?

Ja, want zijn spullen staan nog bij haar. Boeken, cd’s, kleren. “Die laat hij
toch niet staan als hij niet terug wil komen? Hij heeft mij gezegd dat wij
samen zes gouden jaren hebben gehad!”
Aan het eind van ons eerste gesprek is zij zover dat zij zich openstelt voor
de mogelijkheid dat hij een ander heeft. Omdat het nu eenmaal zo is dat de
behoefte aan intimiteit continu is. Zelfs begrijpt zij dat het zo zou kunnen
zijn dat hij nooit, nóóit meer terugkomt. Met haar verstand.
Haar tranen druppen tot op de zilveren letters van haar roze t-shirt. In haar
hart gelooft zij er allemaal niets van. “Hij hoort bij mij en ik bij hem!”
Onaanvaardbaar dat Henk echt niet van haar houdt. In haar hart gelooft zij
niets van wat zij mij met haar verstand zelf heeft uitgelegd.

Hoe krijgen we Patricia zover dat zij uit de tunnel van haar verdriet komt en
weer kan lonken naar andere mannen? Zodat zij afscheid neemt van Henk
en haar verleden met hem?
Ik spoor haar aan zichzelf uit te leggen wat de realiteit is; met haar
verstand aan haar hart.
Zij moet, zeg ik, een kort verhaal over de geschiedenis van haar relatie
met Henk schrijven. En daarbij steeds op zoek gaan naar de signalen die
hij al voor zijn vertrek heeft afgegeven: dat zijn liefde voor haar afdwaalde.
Signalen die zij destijds waarschijnlijk genegeerd heeft, maar die zij
achteraf nu ontdekken kan.

In de dagen dat zij zich daaraan zet belde ze me: “Maar kan ik hem niet
beter gewoon los laten?”
- Hoe bedoel je, gewoon los laten?
“Nou ja, niet meer aan hem denken?”
Dat vraagt iemand die zo gefascineerd is door de ex, dat zij na ruim
anderhalf jaar niet eens in staat is een verhaal, laat staan een
afscheidsbrief aan hem te sturen.
“Los laten” is een term voor een vage, ontwijkende poging om je pijnloos te
bevrijden van een kwaad dat je alleen maar met au! van jezelf af kunt
snijden. Pijn, maar korte pijn. Niet de ellenlange pijn, die volgt als je de
confrontatie ontloopt.



Bergopwaarts: Fase 1
Gelukkig. Zij mailt mij haar treurige verhaal vol mooie herinneringen aan
hun begintijd, dat zij en ik de volgende keer bespreken.
Nu weet ik dat zij fase 1 ingaat.
Als zij binnen komt , in mijn Hulppost Liefdesverdriet, ziet zij rood. Ze heeft
Henks e-mailaccount gekraakt, met behulp van een bevriende hacker.
Woedend is ze. “Die smeerlap heeft al lang een ander!” Belogen heeft hij.
Haar verraden! Hoe kòn hij dat doen? Achter haar rug om!?
Ze heeft een aanvullend verhaal bij zich. Ik lees het en wordt vrolijk van de
opstandige, aanklagende toon. Aha, ik ruik de geur van rotte vis. Hier ligt een Rotte Visbrief in het verschiet, denk ik. Een uitstekend recept voor het
nemen van afscheid van een verloren liefde.
Zij had het hem meteen onder de neus gewreven, telefonisch. Sorry, had hij
geantwoord, eerst vergat ik je over haar te vertellen en later durfde ik het
niet meer, ik was bang dat ik je kwetsen zou.”Een beetje kon ik dat
begrijpen.” Ik moet haar een verse zakdoek aanreiken. Misschien heeft hij
het niet kwaad bedoeld, was het eenvoudig zo gelopen, oppert ze
vermoeid.

Ik leg haar de waarheid uit. Dat hij waarschijnlijk al met die ander contact
had toen hij nog bij Patricia was. En spoor haar aan om nu afscheid van de
man te nemen. Dat wil ze niet.
- Schrijf hem dan een kritische brief en stel hem een ultimatum, opper ik.
Daar lacht hij om, antwoordt zij.
- Dat geeft niet, zijn reactie is niet belangrijk. Het gaat om jou. Om jouw
bevrijding!
Ze staart uit het raam.
- Schrijf dan een concept voor een afscheidsbrief aan hem, die je niet
verstuurt, raad ik aan. Voorzichtiger. Of anders een ultimatum, dat je hem
niet meer wilt zien als hij niet binnen een maand terug is. Als het niet kan,
houd je die brief thuis. Zodat je je eigen plan hebt, waar je je aan kunt
houden.

Ze komt er niet toe. De geur van rotte vis is verdwenen.
Henk heeft de onhebbelijke gewoonte om nu en dan ineens met bloemen
voor haar deur te verschijnen en te zeggen dat het hem spijt. Waarna zij
hem binnenlaat. Ach, dan is het ineens weer zo gezellig! Als zij in zijn
vertrouwde ogen blikt, kan zij niet nalaten haar benen weer te spreiden. Dat
het eigenlijk uit is, kan Patricia zich dan niet meer voorstellen. Daarna laat
hij eenvoudig niets meer horen. Keer op keer stort zij op die manier nog
dieper in het zwarte gat.
- Hij bedriegt je en heeft je niets te bieden. Laat hem niet meer binnen!
“Als hij zo spijtig voor mijn deur staat, dan kan ik die niet gesloten houden.”
Ik ben met haar gaan oefenen, in niet-opendoen-als-Henk-aanbelt. We
spelen dat zij Patricia was, die alleen thuis was. Ik was Henk – met zíjn
zonnebril op - die weer eens geil kwam aanbellen. De eerste keer liet ze
me, Henk dus, proestend binnen. De tweede keer moest ik zes keer bellen
en roepen voordat een strak gezichtje me open deed. Maar de derde keer
verborg zij zich op de bovenverdieping en deed niet open.
Zij weerstond zijn aanbellen nu ook eens in het echt. Ze eet weer. Dat
betekende nog niet het eind van haar kwellende liefdesdromen over hem.
Fase 1 noem ik De berg op.

Een maand later laat ze me een ander soort brief lezen. “Ik verdiende jouw
verraad niet, Henk.” Ze eindigt met: “Het is genoeg geweest. Na jaren van liefde en tenslotte verdriet, leugens en woede”. Dan toch nog:”Jij houd altijd
een plaatsje in mijn hart”.
Ik stel haar voor die laatste woorden weg te laten, want in haar hart heeft
zij nu liefde voor zichzelf nodig en vooral geen plaatsje voor Henk. Mijn
voorstel is om in plaats daarvan te schrijven: “Een antwoord hoef ik niet
meer.” Om te vermijden dat hij een zoetsappig antwoord kan geven
waardoor er opnieuw een cirkel van valse hoop oplaait.

Een week later is zij zover dat zij die laatste woorden veranderd heeft.
Maar de brief opsturen, nee. Dat vindt zij niet nodig. Hij zal er maar om
lachen.
- Maar zo ontloop je een duidelijk afscheid van hem en je verdriet.
“Ik kán het niet. Wat moet ik dan doen?”
Als het uiterlijke afscheid niet kan, dan moet er wel een krachtig innerlijk
afscheid genomen worden. Ik schrijf een ander recept voor haar, op een
klein blaadje dat ik haar meegeef.
- Doe de brief in een fles. Samen met een foto van hem. Ga naar de Rijn
en werp die fles daarin terwijl je roept: “Henk ik wil je nooit meer zien”. Dan
drijft die brief naar Rotterdam, waar hij woont.”
Afscheid is een daad. Als die daad niet fysiek gesteld kan worden, dan is
er een ritueel voor in de plaats nodig. Een ritueel dat de werkelijkheid zo
dicht mogelijk benadert.
Zou Patricia het durven?



Grens op de bergtop: Fase 2

Ik wacht in spanning af. Veel mensen met liefdesverdriet en
terugverlangen deinzen op dit moment terug. Ze schrijven wat op, maar
stellen zich voor hoe de ander er z’n gat mee afveegt. Of zo boos wordt dat
ze nooit nooit meer bij die ander kunnen aankloppen.
Om zulke liefdesverslaafden toch zover te krijgen dat zij een dikke streep
trekken, raad ik het rituele afscheid aan, waardoor zij ook hun leed
bekorten. Ook die methode kan heel goed het proces van afstand nemen
versnellen.

Bij de volgende afspraak komt Patricia stralend binnen. “Ik heb iets
gewaagd” spreekt ze. Ze schuift me een uitgeprinte email toe, die ze aan
Henk gestuurd heeft:
Henk, ik heb genoeg van je halfzachte beloftes. Houdt je van me…? Kom
op! Zoals van appeltaart zul je bedoelen. Fluister je sprookjes maar in het
oor van je nieuwe liefjes.
Je spullen hangen hier nog steeds rond. Ze staan me in de weg.
Ik geef je nog een kans om ze op te halen.
Op zondag a.s. om 3 uur smiddag staan ze voor mijn deur, op de stoep. Als
je er dan niet bent kan ik niet langer voor ze instaan. Zelf heb ik op dat
moment iets anders te doen.
Commentaar op dit briefje hoef ik niet. Ik heb je geblokkeerd.
Patricia


“Dat ik dit kon opbrengen, een brief zonder kruisjes eronder!”, zegt ze met
een gebalde vuist.”Dat ik nu eens niet met tranen in mijn ogen heb
toegezien hoe hij m’n laatste tastbare herinneringen aan hem wegsleept.
Maar dat ik zelf het initiatief genomen heb, hem gedwongen heb om te
komen, terwijl ik zelf lekker bij een vriendin zat te kletsen over
vakantieplannen!”
Ze barst in tranen uit. Na bijna twee jaar heeft zij de ban gebroken. Toch
tranen, ja maar van ontroering over haar onverwachte kracht. Van
verbazing dat zij zich zelf zolang had laten vasthouden door iemand die
totaal anders bleek te zijn dan de man van wie zij gehouden had. Waarom
heeft zij niet eerder tot zich laten doordringen dat hij niet de sportieve gast
was op wie zij verliefd was geworden, maar een onbetrouwbare slijmerd?
Haar handen slaat zij van haar ogen op. Die kijken me helder aan.
ZIj bereikt fase 2 constateer ik. Grens op de bergtop.



Afdaling: Fase 3

... en nu fase 3
Patricia had haar grens getrokken. Zelf. Niet uit vrije, maar wel uit eigen wil.
Mij had zij nu niet meer nodig.
In tegenstelling tot anderen, die terugschrikken voor het niet begeerde,
maar bevrijdende afscheid. Ook de fles niet in het water werpen. Of zelfs de
afscheidsbrief niet durven te beginnen, uit angst dat zij daarmee op
magische wijze de kans verspelen dat de Unieke Ex zijn goddelijke armen
weer opent.

Was dit nu het eind van het liefdesverdriet van Patricia om Henk?
Afscheid nemen van iemand, terwijl je eigenlijk niet wil, is een hardnekkige
strijd tussen verstand en hart. Het verstand weet dat het onvermijdelijk is
om weer vrij te kunnen worden. Het hart echter verzet zich uit alle macht.
Onvrijwillig afscheid nemen lijkt op een berg beklimmen. Pas als er
woede was opgekomen, woede tegen het verraad dat de ex gepleegd
heeft, door haar in de steek te laten, lukte het Patricia de top van die berg
te beklimmen. Toen zij hem gebood zijn spullen voor haar deur te komen
ophalen, in haar kille afwezigheid. De spullen aan haar grens.

Na die grens kwam er nog een afdaling naar beneden, waarin het verdriet
lichter werd. Tijdens de afdaling naar zichzelf kon Patricia weer zingen en
geleidelijk zelfs flirten met andere mannen.
Maar er kwamen aanvechtingen. Nu en dan keek ze nog op Facebook
naar Henks profiel. Dan nog eens. Zoals een droogstaande alcoholist een
klein glaasje neemt - en niet meer stoppen kan.
Toen zij eens een date had, zag zij plotseling de beeltenis van Henk. Henk
die naast haar kwam zitten en haar vroeg wat zij eigenlijk aan die vreemde
man vond. Ze was toen opgestaan en weggelopen. Onverhoeds snikkend.

Op een dag belt zij me op. “Ik ben zo blij!”
Ze is uitgenodigd geweest door de zuster van Henk, met wie zij altijd graag
gepraat had en ook na de breuk met Henk in contact was gebleven, om op
haar verjaardag te komen. Dat lag mijn cliënte zwaar op de maag.
”Ik heb besloten om de vriendschap met haar te beëindigen. Dat voelt zó
goed! Ik heb de laatste band met Henk nu verbroken. Hè hè!”
In mijn dossier teken ik op: P. fase 3 (Afdaling) voltooid.
- Wat heerlijk voor je, dan kun je nu op een datingsite.
Patricia ontspant, verlangend naar een nieuw leven.


Roel van Duijn
Liefdesverdrietconsulent
Patricia en Henk zijn gefingeerde personen.




 

 

Home |Over ons |Contact || JudyQ©2006-2015 Blueconnexxion Studio